Of je nu een jaarrekening moet deponeren en hoe uitgebreid die is, hangt af van de grootte van je onderneming. De wet kent daarvoor vaste grootte­criteria. Op basis daarvan val je in een grootteklasse: micro, klein, middelgroot of groot. In deze blog lees je welke criteria dat zijn, wat de criteria voor een micro- en een kleine onderneming precies inhouden, en hoe je grootteklasse doorwerkt naar wat je bij de Kamer van Koophandel deponeert.

De drie groottecriteria

Er zijn drie criteria die samen de grootte van je onderneming bepalen. Voor elk boekjaar kijk je naar deze drie waarden:

  • Balanstotaal aan het einde van het boekjaar — de som van alle bezittingen.
  • Netto-omzet over het boekjaar.
  • Gemiddeld aantal werknemers over het boekjaar, omgerekend naar fte.

Deze drie criteria staan in titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en zijn afgeleid van de Europese jaarrekeningenrichtlijn. Ze gelden voor rechtspersonen, zoals de bv. Voor een eenmanszaak of vof werkt het anders — daarover verderop meer.

De vier grootteklassen

Met de drie criteria bepaal je in welke van de vier grootteklassen je onderneming valt. Hoe groter de klasse, hoe uitgebreider de jaarrekening en hoe meer eisen aan publicatie en controle.

Grootteklasse Balanstotaal Netto-omzet Werknemers
Micro ≤ €450.000 ≤ €900.000 < 10
Klein ≤ €7.500.000 ≤ €15.000.000 < 50
Middelgroot ≤ €25.000.000 ≤ €50.000.000 < 250
Groot Alles daarboven

Deze grensbedragen gelden voor boekjaren die beginnen op of na 1 januari 2024. Wil je precies weten hoe de grenzen werken, inclusief de twee-uit-drie-regel en de regel over twee opeenvolgende balansdata? Lees dan micro of klein: in welk regime val ik? — daar staan de regels stap voor stap uitgelegd, met rekenvoorbeeld.

Criteria micro onderneming

Een micro-onderneming is de kleinste klasse. Je valt eronder als je aan minstens twee van deze drie criteria voldoet:

  • Balanstotaal van maximaal €450.000.
  • Netto-omzet van maximaal €900.000.
  • Gemiddeld minder dan 10 werknemers.

De meeste startende bv's en veel dga-bv's vallen in het microregime. Een micro-jaarrekening is sterk vereenvoudigd: een ingekorte balans met een paar standaardposten, zonder uitgebreide toelichting of grondslagen. Meer over wat je dan precies opstelt en deponeert, lees je op de pagina over de jaarrekening voor een micro-onderneming.

Criteria kleine onderneming

Een kleine onderneming mag groter zijn dan een micro-onderneming. Je valt in het kleinregime als je aan minstens twee van deze drie criteria voldoet, maar boven de micro-grenzen uitkomt:

  • Balanstotaal van maximaal €7.500.000.
  • Netto-omzet van maximaal €15.000.000.
  • Gemiddeld minder dan 50 werknemers.

Bij een kleine onderneming hoort een beknoptere balans met een beperkte toelichting en grondslagen. Een accountantscontrole is niet verplicht en de winst-en-verliesrekening hoef je niet te deponeren. Hoe je dat aanpakt, staat op de pagina over de jaarrekening voor een kleine bv.

Twee van de drie. Voor elke klasse geldt: je hoort erbij als je aan minstens twee van de drie criteria voldoet. Eén criterium dat erboven uitkomt, hoeft je dus niet meteen in een zwaardere klasse te plaatsen.

Hoe bepaalt de KvK je grootte?

Een veelgehoord misverstand is dat de Kamer van Koophandel je grootteklasse vaststelt. Dat is niet zo. Je bepaalt zelf in welke klasse je valt, aan de hand van de drie criteria, en je deponeert een jaarrekening in de vorm die bij die klasse hoort. De KvK ontvangt en publiceert die gedeponeerde stukken.

Belangrijk daarbij is dat je niet naar één jaar kijkt, maar naar twee opeenvolgende balansdata. Pas als je twee jaar achter elkaar aan dezelfde criteria voldoet, verschuif je naar een andere klasse. Bij een eerste boekjaar geldt alleen die eerste balansdatum. Deze regels werken we uit in de blog over de grensbedragen.

Waarom je grootteklasse uitmaakt

Je grootteklasse bepaalt drie dingen: hoe uitgebreid je jaarrekening is, wat je bij de KvK deponeert, en of een accountantscontrole verplicht is. Voor micro en klein is die controle niet verplicht; voor middelgroot en groot wel. Hoe kleiner de klasse, hoe minder werk en hoe minder je openbaar maakt.

Geldt dit ook voor een eenmanszaak of zzp?

Nee. De grootte­criteria gelden voor rechtspersonen zoals de bv. Heb je een eenmanszaak of vof, dan val je niet onder titel 9 BW en hoef je geen jaarrekening te deponeren. Je maakt dan fiscale jaarstukken voor je inkomstenbelastingaangifte. Hoe dat werkt, lees je op de pagina over de zzp-jaarrekening.

Weet je in welke klasse je valt?

Jaarklaar past de juiste structuur automatisch toe op basis van je antwoorden. Geen abonnement, je betaalt pas bij export.

Snel checken

Pak de cijfers van je laatste twee boekjaren erbij en loop deze stappen langs:

  1. Noteer je balanstotaal, netto-omzet en gemiddeld aantal fte per balansdatum.
  2. Leg ze naast de tabel met grensbedragen hierboven.
  3. Tel per klasse hoeveel van de drie criteria eronder blijven. Voldoe je aan twee of meer, dan hoor je in die klasse.
  4. Controleer of dat op twee opeenvolgende balansdata zo is.

Twijfel je tussen twee klassen door een groei- of krimpjaar, of heb je te maken met een holding, fusie of overname? Dan gelden er afwijkende regels — die bespreken we in de blog over de grensbedragen.